Het scheermes van Ockham

Onlangs voltooide nakomelinge haar masterscriptie. Of ik die kritisch wilde doorlezen ‒ ik zat toch al in de correctiemodus van Soφie. “Je conclusies zijn als een baard onder de bikinilijn. Daar moet nog wel het scheermes van Ockham overheen”, gaf ik terug. Nakomelinge was weliswaar bekend met Gillette en Veet, maar had nog nooit van het scheermes van Ockham gehoord, terwijl dat toch een eerbiedwaardige gebruikerstraditie kent van 750 jaar. “Volgens Ockham dien je alles weg te laten waarvan je niet zeker weet of het ertoe doet. Complexiteit moet je voorkomen. Niet alleen in de conclusies, maar ook in je dataverwerking en theorie. En je moet al helemaal geen nieuwe gezichtspunten inbrengen in de conclusie. Dat is niet alleen onwetenschappelijk, maar tevens strijdig met het idee van een conclusie”, doceerde ik. Ik liet nakomelinge mijn versie van de conclusies zien, die ik van vijf pagina’s naar één had teruggebracht. Aldus geëmendeerd vond ik het een fraai hoofdstuk dat besloot met twee heldere onderzoeksvragen voor een vervolgonderzoek. Ik kon het promotietraject zo uittekenen. Nakomelinge nam niet eens de moeite om mijn versie te lezen. “De conclusies dienen vijf pagina’s te beslaan met regelafstand anderhalf en er moet altijd een nieuwe gedachte worden ingebracht”, doceerde ze op haar beurt. Verbijsterd stelde ik vast dat de tak van de antropologie, als hij al een snoeimes hanteerde, zichzelf daarmee van de boom der wetenschap had afgesneden. Haar scriptiebegeleider vond de conclusies ‘kapot tof’, gewerd mij later via WhatsApp. Het was al een vervreemdende ervaring om nakomelinge uitgerekend met een scheermes achterna te zitten, maar toen gaf ik het op. Let go, dacht ik. Ze is mij aan alle kanten voorbijgestreefd, waardoor de evolutie (waarin nu ook dominee Gijsbert van den Brink gelooft,

Je moet inloggen om de rest van deze inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Nog geen lid? Meld je aan