Het wonder van betekenisverschuiving

Wat is filosofie? Volgens Paul van Tongeren de ‘interpretatiekunde van de ervaring’. In zijn boek Het wonder van betekenis zegt hij: ‘Denken is volgens mij het uitleggen van betekenis die wij ervaren.’ Met dat woordje ‘ervaring’ is echter iets vreemds aan de hand, omdat het, wonderlijk genoeg, in de loop der eeuwen van betekenis is veranderd. Het Griekse woord voor ervaring is empirie. Daarvan afgeleid is onze aanduiding empirische kennis, en daarmee bedoelen we juist niet onze (persoonlijke) ervaringskennis, maar wetenschappelijke kennis. Wetenschappelijke kennis is onafhankelijk van personen, zelfs gezuiverd van al het persoonlijke (of subjectieve) en in principe door iedereen controleerbaar (dus objectief). De zon draait om de aarde – dat is onze persoonlijke ervaring, maar de wetenschappelijke empirie zegt: de aarde draait om de zon.

Van Tongeren wil de filosofie terugbrengen naar de ervaring, naar het persoonlijke. Want zonder de menselijke ervaring is er geen denken. De wetenschap denkt niet, citeert Van Tongeren met instemming Heidegger. ‘Dat is geen minachting voor de wetenschap, maar uitdrukking van het verschil tussen “weten” en “denken”.’

Er is dus een verschil tussen denken en weten, tussen persoonlijke empirie en wetenschappelijk empirische kennis. Het wonder is, dat, hoewel de betekenis van empirie is veranderd, het spraakgebruik is gehandhaafd. We zeggen: ‘Wat een mooie zonsondergang!’. Voor het zinken van de zon in de zee applaudisseren we zelfs als we die ervaring samen met anderen delen op de boulevard of aan het strand. Als iemand dan zou zeggen: ‘Wat een prachtige aardewegdraaiing!’ zou hij met gefronste wenkbrauwen worden aangekeken. Wat een whizzkid! Kennelijk gaat er betekenis verloren met de verschuiving van persoonlijke ervaring naar wetenschappelijk weten.

En dat is een belangrijke vaststelling. Als het wetenschappelijk weten in de plaats komt van het persoonlijk denken, verliest de wereld betekenis. Enkele weken geleden schreef ik over het pinkstervuur aan de hand van Monet en Van Gogh. Laten we daar nog even mee verder gaan en letten op de figuur van Paulus. Paulus is een gewone, weliswaar fanatieke Jood, maar zijn bekering is een bijzonder verhaal. Terwijl hij christenen achterna zit om hen om het leven te brengen, wordt hij ineens zelf christen. Het verhaal draait 180 graden.

In zijn boek Wij zijn ons brein duidt Dick Swaab deze bekering van Paulus als een epileptische aanval, en Swaab is niet de eerste. Het overweldigd worden door licht, het vallen op de grond, de godservaring, het tijdelijk blind zijn, de overgang van de ene naar de andere religie – niets dan prikkelingen van de hippocampus. Prikkelingen die bekend staan als het Gastaut-Geschwindsyndroom.

Laten we Swaab het voordeel van de wetenschappelijke twijfel geven en aannemen dat Paulus inderdaad een epileptische aanval had. Wordt daardoor de betekenis van het gebeuren anders?

Je moet inloggen om de rest van deze inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Nog geen lid? Meld je aan