In den beginne was het naamwoord

Het begon allemaal met een naamwoord, althans, vanuit de mens gezien. Volgens een van de scheppingsverhalen in Genesis geeft Adam de dieren namen. Dat is een bijzondere gebeurtenis, want die verloopt niet op de manier waaraan wij zelf gewend zijn. In de taalles op schoot bij vader of moeder leren we: ‘Wat is dit? Dit is een? Een? Koe! Goed zo! En wat doet een koe? B-b? Boehhhhh! Goéd zo!’ Bij Adam gaat het omgekeerd. God brengt de dieren bij hem langs en vraagt dan: ‘Wat is dit?’ ´Een koe’, zegt Adam. ‘Oké’, zegt God, ‘jij zegt het. Dan is dit een koe. Goed zo. Moment. En dit?’ ‘Lijkt er veel op. Dat is een stier.’

In het scheppingsverhaal wordt het feit dat Adam de enige mens is niet geproblematiseerd. De vraag hoe hij over taal kan beschikken is niet aan de orde. De kennelijke bedoeling is om vanuit de joodse traditie iets over de mens te zeggen. Wat is kenmerkend voor de mens? Naamgeving, betekenisgeving. Daarin is hij beelddrager Gods, een wezenlijk kenmerk uit een ander scheppingsverhaal. Alles wat we waarnemen be-noemen we. Daartoe hebben we een enorme schat aan ‘naamwoorden’ (Latijn: nomina), op zich al een woord van grote schoonheid, zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden. Met die naamwoorden roepen we de dingen op, staan we ermee in contact en krijgt alles betekenis. God schept door het roepen van een woord, waardoor het tot aanzijn komt. Daarop volgt de toe-eigening, de koestering: ‘Ik roep je naam. Je bent van mij.’ Ook mensen doen dat. Ze geven naamwoorden en eigenen zich de wereld toe: ‘Dag klein visselijn mijn’. Daardoor wordt de wereld een thuis.

In de tale Kanaäns klinkt het scheppingsverhaal heel zwaar, maar als we Adam volgen in zijn hof met naamwoorden in de geest van Paul van Ostaijen wordt hetzelfde verhaal veel lichter:

Dag koe met je zwiepende staart

en je tong

als een hagedis

met obesitas

in het gras

kras kras

Het verhaal heeft echter niet alleen een lichte kant. Er speelt ook een ervaring doorheen die heel sterk is en heel zwaar, maar waar nog geen woorden voor zijn. Adam en God zoeken ernaar. Wat kan het zijn, zo’n sterk gevoel? Het is onbestemd. Welke betekenis heeft het? Met deze filosofische vraag worstelen Adam en God, althans, als we filosofie met Paul van Tongeren opvatten als de interpretatiekunde van de ervaring.

Je moet inloggen om de rest van deze inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Nog geen lid? Meld je aan