Lichtung of pinkstervuur

Filosofen en geleerden hebben overal over nagedacht. Ze hebben een object gemaakt van alles wat je maar kunt zien en bedenken, behalve dan van het allerbelangrijkste: zijn. Het werkwoord zijn ligt zo voor de hand, dat je er niet bij stilstaat. Wat kan dat zijn toch zijn? Wat bedoelen we, als we zeggen: iets is niets dan … firing neurons, bijvoorbeeld, of: wij zijn ons brein?

Deze handschoen pakte de Duitse filosoof Heidegger op in de eerste helft van de twintigste eeuw. Het was zijn doel om ons uit bovengenoemde ‘zijnsvergetelheid’ te doen ontwaken. Het is alleen jammer dat hij dat in wartaal doet. We horen hem zelden ons in onze eigen taal toespreken. Niettemin kunnen zijn gedachten inspireren, bijvoorbeeld die over Lichtung. Volgens Google Translate betekent ‘Lichtung’: helle, von Bäumen freie Stelle im Wald. Belangrijk is het contrast. In een donker bos licht de open plek op. Zo is het ook met ‘zijn’: in een flits neem je de essentie van de dingen waar. De waarheid (letterlijk on-verborgenheid, a-lètheia in het Grieks) wordt ‘ont-borgen’. Waarheid is geen kwestie van definitie, maar een event of Ereignis. Het voorbeeld waarmee deze gedachte van Heidegger beroemd is geworden vormen ‘De schoenen van Van Gogh’. Iedereen weet prima wat schoenen zijn. Geen enkel misverstand. Niemand tast echt in het duister. Je trekt ze iedere dag aan. Toch wordt elke waarnemer door Van Gogh als door een schok geraakt: dit zijn pas schoenen: ze hebben een leven, een geschiedenis, een functie, een wereld, een context, een drager.

In het boek De overtocht van Berry Vorstenbosch las ik een interessante veronderstelling: stel je zou aan zowel Van Gogh als Monet de opdracht meegeven: schilder deze boomgaard bij zonsondergang. Volgens Vorstenbosch zou Van Gogh dan zijn ezel neerzetten en diezelfde avond nog de boomgaard schilderen, ook al was het dichtbewolkt en zou er geen enkele zonnestraal te zien zijn. Toch zou onder alle omstandigheden het resultaat bij Van Gogh een ont-berging zijn: de specifieke oplichting onder dat specifieke licht van die boomgaard in zijn essentie. Monet zou dagen, misschien wel weken wachten op de perfecte zonsondergang, en die weer perfect vastleggen. En ook dan was het resultaat: ont-berging.

Door de vraagstelling van Berry Vorstenbosch kun je op twee manieren naar Pinksteren kijken. De eerste manier is die van Monet en van de apostelen. De apostelen wachtten al vastend en biddend, dagen en weken, ja, waarop? Dat wisten ze zelf nog niet. Ze wachtten op het perfecte perspectief in de volheid van de tijd, het kairos-moment. De ont-berging ervan is als een Monet vastgelegd. Toch is deze gebeurtenis niet aan hen voorbehouden. Ook hun volgelingen deelden erin. Noem het Lichtung. Noem het hallucinaties. Noem het pinkstervuur. Dat zijn maar woorden; een kwestie van definitie, niet van zijn of niet-zijn.

U moet inloggen om de rest van dit artikel te kunnen lezen. U kunt hier . Nog geen lid? Aanmelden